Het reguliere materiaal dat is afgestemd op de gemiddelde leerling kan met wat aanpassingen ook geschikt worden gemaakt voor leerlingen die iets onder het gemiddelde presteren (bijv. met behulp van maatschriften). Leerlingen die heel ver ‘naar beneden’ afwijken van het ‘gemiddelde’ vind je weinig binnen het reguliere basisonderwijs, maar zie je vooral binnen het speciaal onderwijs. Zij hebben daar meestal een individuele leerlijn, waarbij rekening wordt gehouden met hun mogelijkheden en beperkingen.
Voor de bovengemiddelde leerling tot en met de (hoog)begaafde leerling geldt ook dat er met aanpassingen in het reguliere aanbod beter tegemoet gekomen kan worden aan hun mogelijkheden (zie onderstaande figuur). Zo kan de reguliere leerstof worden gecompact en worden aangevuld met verrijkingsstof. Andere onderwijsaanpassingen die naast compacten en verrijken voor (hoog)begaafde leerlingen nodig kunnen zijn, zijn versnellen en/of onderwijs in een plusgroep of in een speciale klas of school.
Vaak zijn meerdere onderwijsaanpassingen nodig om tegemoet te komen aan alle behoeften van een (hoog)begaafde leerling op cognitief, sociaal én emotioneel gebied. Hoe hieraan tegemoet gekomen kan worden, verschilt per individuele leerling (Hoogeveen, et al. 2004).
