Compacten
(Hoog)begaafde leerlingen hebben bepaalde leereigenschappen die 'gemiddelde' leerlingen niet hebben. Zo hebben ze bijvoorbeeld weinig behoefte aan instructie en aan herhalings- en oefenstof, een hoog werktempo en vaak een didactische voorsprong. Het is belangrijk om hier in de klas rekening mee te houden. Dat kan bijvoorbeeld door het onderwijsaanbod te compacten (in te dikken).
SLO heeft – in samenwerking met uitgevers, leerkrachten en vakexperts - voor deze doelgroep in het basisonderwijs bij rekenen (4 methodes) en taal (8 methodes) zogenaamde routeboekjes ontwikkeld die een compacte route door de leerstof aangeven. Deze routeboekjes dienen als richtlijnen. De leerkracht beslist uiteindelijk – in overleg met de leerling – of hij/zij hiervan af wil wijken door meer of minder te schrappen. Voor meer informatie hierover zie Compacten van de reken-wiskunde methode en Compacten en verrijken van taal.

Het percentage leerlingen dat voor de routeboekjes in aanmerking komt is circa 20-30%, voor een bepaald vakgebied. De samenstelling van deze groep is divers: de bovengemiddelde/ goede leerlingen, de intelligente leerlingen en de zeer intelligente/(hoog)begaafde leerlingen.
De verschillen binnen deze groep zijn vanzelfsprekend dusdanig groot dat het niet mogelijk is om één verrijkend aanbod samen te stellen dat voor alle leerlingen passend is.