Sternberg onderscheidt drie basis denkvaardigheden: analytische intelligentie, creatieve intelligentie en praktische intelligentie.
| Sternberg's denkvaardigheden voor succesvolle intelligentie | |
| Analytisch |
De vaardigheid die we vooral met schoolse activititeiten verbinden:
Deze vaardigheden vallen vooral samen met wat bij de meeste IQ-testen gemeten wordt. |
| Creatief |
Het vermogen om veel informatie tegelijkertijd met elkaar in verband te brengen:
Het creatieve vermogen speelt een grote rol in wetenschap, kunst, probleemoplossend vermogen en samenwerking met anderen. |
| Praktisch |
Het vermogen om ideeeën concreet te maken in een maatschappelijk waardevol product:
Praktische vaardigheden zorgen ervoor dat (nieuwe) kennis en creatieve ideeën zichtbaar gemaakt worden in een tastbaar resultaat.. |
Iedereen heeft in meerdere of mindere mate elk van deze drie denkvaardigheden tot zijn beschikking, maar het is heel zeldzaam dat iemand ze alle drie even goed beheerst. De meeste mensen hebben een duidelijke voorkeur voor een, of soms twee van deze manieren van denken. Als je dus hetzelfde probleem voorlegt aan drie mensen, van wie de ene vooral tot analytisch denken neigt, de tweede tot creatief en de derde tot praktisch denken, dan zie je hoe ze tot heel verschillende oplossingen komen voor hetzelfde probleem.
Sternberg stelt dat er sprake is van ‘succesvolle intelligentie’ wanneer iemand in staat is om zijn vaardigheden op zowel analytisch, creatief als praktisch gebied succesvol te managen.