Veelgestelde vragen
Heeft u een vraag naar aanleiding van wat u hebt gelezen op deze site, kijkt u dan eerst hieronder bij de veelgestelde vragen of uw vraag daar al is beantwoord. Is dat niet het geval dan kunt u via het contactformulier uw vraag inzenden. Er kunnen enkele dagen overheen gaan voordat uw vraag wordt beantwoord. 

Compacten is het inkorten van de leerstof. Hoogbegaafde leerlingen hebben weinig behoefte aan herhalings- of oefenstof. Kijk of er in de gebruikte methode aangegeven wordt welke leerstof nieuw is en wanneer het gaat om herhalingsstof. Voor (hoog)begaafde leerlingen kan de herhalingsstof over het algemeen overgeslagen worden. Biedt daarom bij verwerking alleen oefeningen aan die nieuwe lesstof betreffen. Waar mogelijk kunt u kijken of er nog gedeelten van de oefenstof overgeslagen kunnen worden, bijvoorbeeld bij oefeningen die bestaan uit een aantal dezelfde opdrachten. In de tijd die vrijkomt, kan de leerling werken aan verrijkingsstof. 

Wat bied ik wel aan?

  • Belangrijke stappen in het leerproces
  • Reflectieve activiteiten
  • Belangrijke strategieën en werkwijzen
  • Constructieve/ontdekactiviteiten
  • Verrijkingsstof die wezenlijk moeilijker is
  • Activiteiten op tempo
  • Introductie van een nieuw thema

Wat schrap ik?

  • 50% tot 75% van de oefenstof
  • 75% tot 100% van herhaling
  • Verrijkingsstof die meer van hetzelfde biedt  

Welke kinderen laat ik meedoen?

  • Leerlingen die de methodegebonden toetsen doorgaans goed maken (80% of meer goed van elke opgave) of leerlingen die een A-score of hoge B-score halen op de toetsen van het Leerlingvolgsysteem van de CITO-groep.
  • Neem, voorafgaande aan het blok, de methodegebonden toets af van dat blok en (eventueel ook) van het volgende blok. Leerlingen die (bijna) alle opgaven voor minimaal 80% goed maken volgen het compactingprogramma. Blijkt dat leerlingen steeds in aanmerking komen voor dit programma (na 2 of 3 keer vooraf toetsen), dan hoeft u de toetsen niet meer vooraf af te nemen, maar laat u hen het hele jaar verder het compactingprogramma volgen. Ze maken de toetsen vervolgens op hetzelfde moment als de overige leerlingen.
  • Geef de kinderen, indien ze dat aankunnen, zelf ook verantwoordelijkheid in de keuze van wat ze meedoen / maken en hoe lang/hoeveel.   

Compacting rekenen/wiskunde

SLO heeft voor vier reken/wiskundemethodes (Alles telt, De wereld in getallen, Pluspunt en Rekenrijk) compactingprogramma's gemaakt. Dit product "Compacting van de reken/wiskundemethode" is te bestellen via de website van de SLO.
Schoolbegeleidingsdienst Midden Holland Rijnstreek (MHR) heeft voor de methoden Pluspunt en Wereld in getallen ook een compactingtraject ontwikkeld.

Compacting taal

SLO heeft voor taal zeven methodes compactingprogramma's gemaakt: Taal Actief derde versie, Taal in beeld, Taal op maat, Taaljournaal tweede versie, Taalleesland tweede versie, Taalverhaal en Zin in taal. Medio 2009 zal ook het compactingprogramma van Taalfontein beschikbaar zijn. Op de website www.slo.nl/compacten kunnen scholen gratis routeboekjes en handleidingen downloaden. Naast deze onderdelen wordt er per methode een implementatiepakket opgeleverd (zomer 2009) met onder andere methodespecifieke informatie en tips voor het verrijken van het taalonderwijs.

naar de top van de pagina

Autisme heeft consequenties voor het onderwijs: niet alleen zijn de onderwijsbehoeften van leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum anders, maar ook is, naast informatie over autisme en de aanpak van leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum, de samenwerking tussen school, ouders, begeleiders en hulpverlening heel belangrijk.

Leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum hebben moeite met het ontdekken van samenhang en moeite met het generaliseren van wat ze geleerd hebben. Hun instructie moet dan ook concreet en expliciet zijn. Visualiseren biedt veel leerlingen met autisme ondersteuning. Ook de transfer van het geleerde moet geoefend worden. Daarnaast hebben leerlingen met autisme vaak ondersteuning nodig bij het plannen en organiseren van hun werk.

Op de website van het landelijk netwerk autisme www.landelijknetwerkautisme.nl  vindt u onder het kopje "Onderwijsaanpak en arbeidstoeleiding" hierover meer informatie.

naar de top van de pagina

Er zijn verschillende lijsten met kenmerken van hoogbegaafde leerlingen. Op de site staan bij Begeleiding op school/signaleren verschillende signaleringsinstrumenten waar scholen gebruik van kunnen maken. We geven hier enkele tips en aandachtspunten bij signalering:

  • Maak duidelijke afspraken binnen het team over de wijze waarop signalering van (hoog)begaafde leerlingen plaatsvindt.
  • Wees als leerkracht op de hoogte van de wijze waarop je (hoog)begaafdheid kunt signaleren. Bij Eigenschappen van (hoog)begaafde leerlingen en Instrumenten t.b.v. signaleren en diagnosticeren kunt u hier meer informatie over vinden.
  • Signaleer zo vroeg mogelijk, dus bij binnenkomst in de groep. Vroeg signaleren betekent dat de leerling al in een vroeg stadium onderwijs aangeboden kan krijgen dat aansluit bij zijn capaciteiten.
  • Hoogbegaafde leerlingen hebben vaak een didactische voorsprong. Kijk of het mogelijk is om via methodegebonden toetsen vast te stellen is wat het beginniveau van de leerling is. Neem, indien mogelijk de toets over een blok leerstof vooraf af, zodat aan de hand van de resultaten vastgesteld kan worden, welke leerstof de leerling al beheerst en welke leerstof alsnog moet worden aangeboden. Belangrijk zijn echter ook de onderpresterende leerlingen. 
  • Let bij signalering niet alleen op schoolresultaten, maar wees ook verdacht op signalen, die kunnen wijzen op mogelijke onderpresteerders (zie ook Eigenschappen van onderpresterende leerlingen). Probleemgedrag kan bijvoorbeeld ook wijzen op (hoog)begaafdheid.
  • Voer een gesprek met ouders als het vermoeden bestaat dat een leerling (hoog)begaafd is of bij 'zorg'leerlingen, waarbij de oorzaak van hun problemen niet direct duidelijk is. Ouders zijn bovendien een bron van informatie met betrekking tot de voorschoolse ontwikkeling van het kind en het functioneren van het kind in de thuissituatie.

Als er twijfel is over of het kind (hoog)begaafd is dan wel een ontwikkelingsvoorsprong heeft, kan besloten worden nader onderzoek te doen. Schoolbegeleidingsdiensten, Adviesbureaus voor Opleiding en Beroep of particuliere bureaus kunnen dergelijke onderzoeken uitvoeren. Indien wordt besloten tot een onderzoek bij een particulier bureau is het belangrijk altijd te checken of de betreffende persoon, psycholoog, orthopedagoog of diagnostisch geschoold onderwijskundige, geregistreerd is bij het NIP ( www.psynip.nl ), Nederlands Instituut van Psychologen of de NVO Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen ( www.nvo.nl ).

Als u vragen heeft over de wijze waarop een onderzoek verloopt, wat u mag verwachten van een deskundige en hoe er met privacy gevoelige informatie wordt omgegaan, kunt u informatie vinden op website van het Nederlands Instituut van Psychologen. Kies hier voor publieksinformatie en vervolgens 'Veelgestelde vragen'.

naar de top van de pagina

Voor elke leerling is een doorgaande ontwikkelingslijn belangrijk. Dus ook voor een hoogbegaafde leerling. Het is aan te raden om ook voor hoogbegaafde leerlingen een handelingsplan op te stellen. In een handelingsplan wordt namelijk uitgegaan van de hulpvraag van de leerling. Meestal bevat een hulpvraag meerdere componenten. Als de hulpvraag is vastgesteld wordt in het plan omschreven aan welk doel wordt gewerkt. Volgens het CBO (Willy Peters) gaat het voor wat betreft verrijkingsonderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen, om drie doelen: leren denken, leren leren en leren leven. Soms gaat het om een stukje cognitieve uitdaging (leren denken), maar het kan ook gaan om het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling (leren leven) of het werken aan studie/planningsvaardigheden (leren leren). Pas als duidelijk is aan welke doelen en vaardigheden gewerkt gaat worden, kan besloten worden welke begeleidingsmaatregelen het meest passend zijn en welke materialen ingezet worden. Vervolgens wordt hieraan een tijdspad gekoppeld en wordt bepaald wie voor de begeleiding van de leerling verantwoordelijk is. Door het onderwijs af te stemmen op de individuele behoeften van de (hoog)begaafde leerling is de doorgaande lijn gegarandeerd.

naar de top van de pagina

Leuk en goed dat je je in dit onderwerp verdiept. Op onze website vindt je alle informatie die we op dit moment hebben. Publicaties en links met betrekking tot het onderwerp vind je onder het kopje Overige bronnen. Folders kun je aanvragen bij de desbetreffende instanties (zie Adressen onder Overige bronnen). Ook kun je in de tekst van de website, literatuurverwijzingen op dit gebied vinden.

Veel succes!

naar de top van de pagina

Hoogbegaafdheid in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum komt regelmatig voor. Het gaat dan meestal om het syndroom van Asperger of PDD-NOS. Wetenschappers zijn het er niet altijd over eens of NLD een stoornis in het autistisch spectrum is, maar de symptomen die bij NLD worden waargenomen komen grotendeels overeen met de symptomen bij hoogfunctionerende kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum (waaronder Asperger). Uit onderzoek blijkt dat zelfs 90% van de kinderen die door de neuropsycholoog zijn gediagnosticeerd als NLD leiden aan het syndroom van Asperger.

Hieronder volgt een korte omschrijving van de drie stoornissen.

SYNDROOM VAN ASPERGER

Bij het syndroom van Asperger horen de bij autisme veel voorkomende kenmerken als sociale problemen, gebrek aan inlevingsvermogen, de voorkeur voor stereotiepe bezigheden en de afkeer van veranderingen. Maar bij Asperger zijn de intelligentie en taalontwikkeling niet of tenminste niet ernstig gestoord. Door de relatieve pluspunten op het gebied van intelligentie en communicatieve vaardigheden wordt het Syndroom van Asperger ook wel 'hoogfunctionerend autisme' genoemd.

Bij het syndroom van Asperger gaat het om een kwalitatief tekort in de sociale interactie zoals blijkt uit tenminste 2 van de volgende 4 criteria:

  • een duidelijk tekort in het gebruik van non-verbale gedragingen die de sociale interactie reguleren (oogcontact, aangezichtsexpressie, lichaamshouding en gebaren)
  • een onvermogen om voor de ontwikkelingsleeftijd adequate contacten met leeftijdgenoten te leggen
  • een duidelijk onvermogen om plezier in andermans geluk te uiten
  • een gebrek aan sociale - emotionele wederkerigheid

PDD-NOS

Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen het sociale begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam. Dat maakt hen vaak onzeker en angstig. Ter voorkoming van deze angst houden zij zich graag vast aan bekende regels en patronen. In hun interesses kunnen ze zelfs rigide en dwangmatig zijn. De problemen uiten zich bij een kind met PDD-NOS verschillend per leeftijd. De problemen worden groter naarmate het kind meer in de buitenwereld gaat functioneren.

NLD

De non-verbal learning disorder (non-verbale leerstoornis) is in Nederland vrij onbekend, terwijl naar schatting vijf procent van van de leerlingen op gewone basisscholen en tien procent van leerlingen in het speciaal onderwijs in meer of mindere mate NLD hebben. Kinderen met NLD hebben een sterke voorkeur voor informatie die ze kunnen horen en (na)vertellen. Het aloude 'voorzingen' van de tafels door de juf werkte bij hen prima; leren uit een boek met veel plaatjes of via een druk computerscherm vinden ze lastig. Ze zijn gericht op details en missen het grotere verband. Nieuwe dingen zijn daardoor beangstigend. Ze kunnen sociaal onhandig zijn omdat ze non-verbale signalen niet begrijpen.

 Sterke kanten van leerlingen met NLD 

  • Technisch lezen
  • Spelling
  • Woordenschat 
  • Uit het hoofd leren

Zwakke kanten van leerlingen met NLD  

  • Organisatorisch vermogen
  • Studeervaardigheden
  • Geschreven teksten 
  • Samenvattingen maken 
  • Conceptueel denken 
  • Discriminatie van attributen 
  • Abstract denken 
  • Probleemoplossingvaardigheden 
  • Sociale vaardigheden 
  • Interpersoonlijke communicatie 

Voor meer informatie ziet u bijvoorbeeld http://www.landelijknetwerkautisme.nl/   of http://www.balansdigitaal.nl.

 

naar de top van de pagina

In principe is het zo dat de basisschool, net zoals voor kinderen aan de onderkant, zelf de kosten voor materialen/begeleiding voor kinderen aan de bovenkant opbrengt. In sommige gevallen komen hoogbegaafde leerlingen in aanmerking voor leerlinggebonden financiering of een persoonsgebonden budget. Er dient dat wel sprake te zijn van een gecombineerde problematiek (hoogbegaafd in combinatie met bijvoorbeeld een autismespectrumstoornis). Het argument is dan dat door deze gecombineerde problematiek de school de leerling geen goed onderwijs kan bieden. In dat geval kan de leerling leerlinggebonden financiering of een persoonsgebonden budget toegewezen krijgen.

Voor leerlinggebonden financiering dient de leerling aangemeld te worden bij de Commissie voor Indicatiestelling (CvI) in uw regio. Deze commissies zijn ondergebracht bij de Regionale Expertisecentra (REC). Op de site van de Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling (LCTI) www.lcti.nl staan de adressen van de CvI's.

Meer informatie over leerlinggebonden financiering staat op:
http://www.minocw.nl/rugzakje/507/index.html
http://www.oudersenrugzak.nl/
Meer informatie over het persoonsgebonden budget staat op: http://www.pgb.nl

naar de top van de pagina
Stel een vraag:
Velden met een * zijn verplicht.
*Captcha Image