| 1. |
Intelligentie |
heeft een IQ van meer dan 130 |
12 |
| 2. |
Vroege ontwikkeling |
is geestelijk vroegrijp, heeft een ontwikkelingsvoorsprong |
1, 3, 4, 6, 10 |
| is gericht op prikkels uit de omgeving |
4 |
| heeft op jonge leeftijd al gevoel voor objectpermanentie |
3 |
| heeft op jonge leeftijd ontwikkeling van psycho-motoriek |
3 |
| kan op jonge leeftijd lezen |
2, 6, 16 |
| is eerder met spreken |
6 |
| heeft vroege belangstelling voor cijfers en letters |
5 |
| geeft vroeg blijk van gedetailleerde kennis van de omgeving |
5 |
| kan al vroeg een voorbeeldmodel (onder andere lego) nabouwen |
5 |
| tekent op hoger niveau dan leeftijdsgenoten |
4, 5 |
| heeft een vroege ontwikkeling van getalbegrip |
3, 6 |
| kan zich gemakkelijk leerstof uit hogere leerjaren eigen maken |
10 |
| heeft op jonge leeftijd al gevoel voor symboliek |
11 |
| kan al praten, lezen en schrijven op jonge leeftijd |
11 |
| is geestelijk vroegrijp |
12 |
| 3. |
Uitblinken meerdere gebieden |
is zeer goed in rekenen/wiskunde |
2 |
| heeft zeer goed taalgebruik |
2, 8 |
| heeft een grote woordenschat/adequaat woordgebruik |
1, 3, 6, 8, 10, 16 |
| kan vroeg praten in samengestelde zinnen |
5 |
| is zeker niet goed in alles |
13 |
| 4. |
Gemakkelijk kunnen leren |
is snel van begrip |
1, 2, 8, 10 |
| kan complexe aanwijzingen makkelijk volgen |
1, 2, 8, 10 |
| heeft een goed opmerkingsvermogen |
10 |
| kan leerstof snel verwerken |
1, 15 |
| heeft een zeer goed geheugen |
1, 3, 4, 8, 9, 10, 16 |
| kan snel onthouden |
1, 3, 4, 8, 9, 10, 16 |
| kan snel lezen |
2, 6 |
| kan snel denken |
7 |
| heeft een uitstekend geheugen en gebruik van informatie |
11 |
| heeft een leertempo 2 tot 5 keer zo (hoog) dan de gemiddelde leerling |
13 |
| 5. |
Goed leggen van (causale) verbanden |
kan gemakkelijk (causale) verbanden en relaties leggen |
2, 3, 16 |
| heeft de neiging om ideeën of dingen op een ongebruikelijke en niet voor de hand liggende manier te combineren |
16 |
| kan gemakkelijk betekenissen begrijpen |
2 |
| 6. |
Makkelijk kunnen analyseren van problemen |
kan snel problemen analyseren |
1, 10, 12 |
| is vaardig in het toepassen van oplossingsmethoden in diverse situaties |
1 |
| houdt vast in het oplossen van problemen |
2, 7 |
| is vindingrijk in oplossingsmethoden |
1, 4, 8, 10, 12 |
| heeft plezier in het oplossen van problemen |
7 |
| heeft eigen (verschillende) oplossingsmethoden |
6, 8, 10 |
| kan goed omgaan met problemen: ziet snel wat relevant is en komt sneller tot essentie |
11 |
| 7. |
Het maken van grote denksprongen |
kan grotere leerstappen maken |
13, 15 |
| kan grote denksprongen maken |
1 |
| 8. |
Voorkeur voor abstractie |
kan goed abstract denken |
2, 15, 16 |
| generaliseert van bijzonder naar algemeen |
2 |
| overziet kennisgehelen |
7 |
| is een productieve denker |
1, 10, 12 |
| 9. |
Hoge mate van zelfstandigheid |
heeft weinig behoefte aan instructie |
4, 8 |
| wil dingen op eigen manier doen (bijvoorbeeld eigen manier van rekenen) |
3 |
| wil zelf ontdekken |
6, 8 |
| is zelfstandig |
1, 2, 3, 10, 14, 15, 16 |
| toont initiatief |
2, 4, 9, 14 |
| neemt leiding |
4 |
| is verantwoordelijk voor eigen handelen |
7 |
| reflecteert op eigen handelen |
7 |
| geeft de voorkeur aan zelfregulatie: besteedt soms wat meer tijd aan plannen, maar komt sneller tot besluitvorming |
11 |
| wil zelf en kan grotendeels zelf de benodigde kennis vergaren, onderzoeken, structureren en analyseren |
15 |
| 10. |
Brede of juist specifieke interesse / hoge motivatie / veel energie |
brede interesse |
16 |
| vraagt eindeloos waarom (internet) |
14 |
| heeft een hoge motivatie |
8 |
| neemt geen genoegen met halve informatie/ halve oplossingen |
4, 7 |
| heeft grote doorzettingsvermogen/volharding |
9, 10 |
| is intrinsiek gemotiveerd |
1, 10, 12, 16 |
| is bereid om moeilijke taken op te nemen |
12 |
| is bereid om in eigen tijd verder te werken |
14 |
| is snel betrokken op het werk |
1, 3 |
| heeft veel energie/onvermoeibaar |
3, 6 |
| 11. |
Creatief / origineel |
maakt onverwachte zijsprongen |
7, 9 |
| is origineel |
1, 2, 4, 10, 12 |
| is een intuïtieve denker |
1, 10 |
| heeft hekel aan routinetaken |
14 |
| heeft grote verbeeldingskracht |
2 |
| interesse in experimenteren en het dingen op andere manieren te doen/staat open voor nieuwe ervaringen |
16 |
| pakt zaken graag anders aan |
16 |
| is creatief |
10, 14, 16 |
| 12. |
Perfectionistisch |
is perfectionistisch |
1, 3, 9, 10 |
| 13. |
Apart gevoel voor humor |
heeft een apart gevoel voor humor |
3, 4, 6, 16 |
| groot gevoel voor humor |
16 |
| 14. |
Hoge mate van concentratie |
langere aandachtsspanne, volharding en intense concentratie |
15, 16 |
| is geconcentreerd |
3, 7 |
| kan zich op jonge leeftijd buitengewoon lang concentreren |
11 |
| hoge mate van concentratie, lange aandachtsspanningsboog met betrekking tot interessegebieden |
16 |